Noortje over depressie

Noortje merkte op haar zesde dat ze niet lekker in haar vel zat. Tegen haar moeder klaagde ze over buikpijn en vermoeidheid. Ze bleek een licht chronische depressie te hebben. Hiervoor is Noortje jarenlang in therapie geweest. Inmiddels is ze twintig jaar. Hoe ouder ze wordt, hoe beter ze met haar depressie om kan gaan. Ze zet haar ervaringen met depressie in om anderen te helpen.

“Of ik écht last had van buikpijn weet ik niet, maar het was voor mij op dat moment in ieder geval een manier om aan mijn moeder te laten weten dat ik me niet lekker voelde. Mijn moeder nam mijn klachten serieus en ging met mij naar de huisarts. Vanaf dat moment is het balletje eigenlijk gaan rollen.

Ik sprak niet met andere kinderen over mijn depressie. Ik was veel te bang dat ze me raar zouden vinden. Bovendien had ik toen genoeg aan de steun van mijn moeder. Daar kwam verandering in toen ik naar de middelbare school ging.

Mijn middelbare schooltijd voelde als een nieuwe start. Een nieuwe school met nieuwe mensen. Het motiveerde me en gaf me hoop dat het beter zou gaan. Dat ging het in eerste instantie ook, maar wel met pieken en dalen.

Ik kon het al snel goed vinden met een meisje uit mijn klas. Ik merkte dat het fijn was om iemand te hebben bij wie ik mezelf kon zijn. Ik nam haar in vertrouwen. Dat deed ik met kleine stapjes. Het begon met ‘ik zit niet zo lekker in mijn vel’ en zo vertelde ik haar steeds meer over mijn depressie. Ik ben blij dat ik haar destijds in vertrouwen heb genomen. Het maakte mijn middelbare schooltijd een stuk fijner.

Noortje

Toen ik merkte dat mijn gevoel op de middelbare school niet veranderde deed dat ook iets met mijn motivatie. Op een gegeven moment belemmerde mijn licht chronische depressie me zo op school dat ik naar een coördinator ben gegaan. Ik hoefde maar de helft van de lessen te volgen en geen huiswerk  te maken. Dat was fijn, maar het bleek toch nog te veel voor mij.

Op mijn veertiende ging het zo slecht met me, dat ik weer naar een psycholoog ging. Die vroeg mij op te schrijven hoe ik me voelde. Toen ik die woorden op papier had gezet, ben ik met spoed opgenomen. Dat voelde als een verlichting. Ik had het idee dat ik eindelijk op een plek was waar ik me niet goed voor hoefde te doen en waar allerlei mensen waren die me echt begrepen.

Inmiddels ben ik 20 jaar en heb ik mijn eigen appartement in een begeleid wonen complex. Dat is prettig. Ik heb privacy en er is altijd iemand in de buurt als ik hulp nodig heb. Niemand ziet dat ik in een begeleid wonen complex woon. Dat vind ik fijn bij het aangaan van nieuwe contacten. Ik kan gewoon bij mij thuis afspreken en zelf beslissen of- en wanneer ik mijn depressie bespreekbaar maak. Ik luister hiervoor heel erg naar mijn gevoel en maak een afweging. Wat zijn de voordelen als ik het wel vertel en wat zijn de risico’s als ik het niet vertel?

Als ik over mijn depressie vertel, wordt er wisselend gereageerd. Je merkt dat mensen beter weten hoe ze moeten reageren, als ze iets soortgelijks hebben meegemaakt. Als de reactie minder gepast is, vind ik dat inmiddels ook ‘oké’. Ik weet dat dit een kwestie van onmacht is. Het weerhoudt me er niet meer van om mijn verhaal te vertellen.

Tips van Noortje

Als je zelf een depressie hebt:

"Erover praten leidt juist tot meer begrip en het helpt om mijn gedachtes te ordenen."

"Neem iemand in vertrouwen bij wie je je veilig voelt."

Hoe ouder ik word, hoe beter ik met mijn depressie om kan gaan. Door mijn therapieën heb ik geleerd om mijn gedachtes te herstructureren in mijn hoofd en tijd te nemen voor mezelf. Ook luister ik veel meer naar mijn onderbuikgevoel en de signalen die mijn lichaam geeft. Op dit moment gaat het bijvoorbeeld niet zo goed met me. Ik ben vermoeid, ik voel me neerslachtig, ik ben sneller van slag. Dan doe ik het wat rustiger aan.

Ook heb ik gewerkt als ervaringsdeskundige bij de instelling waar ik in therapie ben geweest. Dat kost me nu het wat minder gaat teveel energie, maar ik kijk er naar uit om daar weer mee te beginnen. Ik merk dat ik anderen écht kan helpen. Daardoor stel ik mezelf ook veel meer open. Mijn ervaringen met depressie hebben een andere functie gekregen. Ik zet ze in als kracht!”