Twee vrouwen kijken elkaar lachend aan. Ze staan bij een meer.

Shannon en Laura over anorexia nervosa

Shannon (28) was dertien toen ze anorexia nervosa kreeg. De band met haar zus Laura (25) werd slechter doordat ze daar niet goed met elkaar over konden praten. Pas toen Shannon ver van huis werd opgenomen in een eetstoorniskliniek, werd de band tussen Shannon en Laura beter.

“Op de middelbare school was ik heel onzeker en wist ik niet wat ik met mijn leven aan moest,” vertelt Shannon. “Daardoor ben ik steeds minder gaan eten en zocht ik van tevoren uit wat ik zou eten. Maar ik had zelf niet in de gaten dat dat gebeurde, voor mijn gevoel was het gezónder eten. Ik zei altijd tegen mezelf: ‘Shannon, je kunt geen anorexia hebben, want je eet nog af en toe’.” 

Laura (25) voelde in die tijd aan dat er iets niet klopte en probeerde haar zus te helpen door meer te gaan eten waar Shannon bij was. “Ik wist wel dat er iets was met eten, ik maakte me ook wel zorgen, maar ik besefte toen niet dat ze een eetprobleem had. Als ze met mij was aten we gewoon lekkere dingen. Achteraf voel ik me schuldig dat ik nooit aan onze ouders heb verteld dat onze eetmomenten een beetje raar waren. En ik heb er ook nooit met Shannon over gesproken. Als ik dat wel had gedaan, dan had ik misschien kunnen voorkomen dat het zo uit de hand liep.”

Kleinste maatje nog veel te groot

Laura herinnert zich dat hun moeder heel erg schrok toen ze met het hele gezin een galajurk gingen kopen voor Shannon. “Zelfs het kleinste maatje was nog veel te groot. Daarna zijn mijn ouders met haar naar de huisarts gegaan. Die zei dat mijn zus anorexia nervosa had.” Shannon: “Ik schrok heel erg, hoe had het zo ver kunnen komen? We waren al eerder naar de huisarts geweest omdat mijn menstruatie op mijn veertiende was gestopt. Die heeft de pil voorgeschreven zodat ik weer ongesteld werd. Daardoor is dat symptoom lange tijd onderdrukt, terwijl die eetstoornis steeds sterker werd.”

Eten is niet het onderwerp om over te praten. Je moet juist kijken naar waarom iemand de eetstoornis heeft, wat ligt daar onder?

Lees meer over fabels en feiten

Shannon werd opgenomen in het ziekenhuis in Maastricht. “Mijn ouders kwamen vaak op bezoek, en af en toe kwam Laura ook mee. Zij vroegen dan altijd hoe het ging, hoe het met mijn gewicht was, of ik was aangekomen. Dan sloeg ik helemaal dicht, ik wilde het daar niet over hebben.” Laura: “In die eerste jaren dat ze was opgenomen, was dat een gevoelig onderwerp. Als ze wel eens naar huis mocht voor een bepaalde periode of een bezoekje, hield ze ons ook voor de gek.” 

Laura en Shannon kijken naar elkaar

De verkeerde vragen

Laura wilde haar zus wel begrijpen, maar kon er op die leeftijd niet goed mee omgaan. “Ik dacht: wat doe je, waarom lieg je zelfs tegen mij? Waarom laat je niet gewoon weten dat het slecht met je gaat? Je hoeft voor ons toch niet te doen alsof je eet? Laat zien dat je niet eet, want dan kunnen we er iets mee.” Laura was ook een tijdje boos op haar zus omdat ze niet at. “Ik was alleen maar bezig met de zorgen om Shannon. Ik wilde dat het goed kwam, maar dan stelde ik dus de verkeerde vragen. Naar mijn leven vroeg ze al helemaal niet. De goede band die we altijd hadden gehad, viel helemaal weg.”

Ik heb lang gedacht dat ik beter niets kon delen omdat mensen zich dan alleen maar zorgen over mij zouden maken. Nu ben ik er wel achter dat als ik opener ben over wat er in me omgaat, dat mensen zich dan juist minder zorgen maken en me ook beter kunnen steunen.

Bekijk alle gesprekstips

De band werd beter

Pas toen Shannon naar een eetstoorniskliniek in Zeeland ging die beter bij haar paste, spraken de zussen elkaar weer meer. Laura: “Toen ze in Maastricht zat, dichtbij ons huis, ging ik er iedere week naartoe. Maar toen ze naar Zeeland ging was ze een stuk verder weg waardoor ik bang werd om haar te verliezen. Ik ben me gaan inlezen; hoe kan ik het wel goed doen? Dat ik psychologie ging studeren heeft ook geholpen.” Laura kwam erachter dat het bij een eetstoornis niet om eten gaat. “Dat is dus ook niet het onderwerp om over te praten. Je moet juist kijken naar waarom iemand de eetstoornis heeft, wat ligt daar onder? Dat je meer naar het gevoel gaat. Ik denk dat in ons gezin praten over emoties sowieso lastig was, dat waren we dus niet gewend.”

Gevoel mag er zijn

Laura deed zelf ook lang alsof alles goed met haar ging. “Terwijl ik een zus had met een eetstoornis. Daar praatte ik niet over, en ik stelde me ook niet open op naar Shannon. Over dat ik boos was op haar omdat ze loog, of dat ik vond dat ze de sfeer verpestte: dat waren dingen die ik eerder niet kon uitspreken omdat ik vond dat ik dan teveel aan mezelf dacht en niet genoeg rekening hield met haar. Pas toen ze in Zeeland zat, begreep ik dat mijn gevoel er ook mocht zijn.”

Zodra Laura eerlijker werd tegen Shannon over wat ze echt voelde, merkte ze dat Shannon dat ook werd. Shannon: “Doordat zij vertelde wat mijn eetstoornis met haar deed, kon ik me ook beter uitspreken over wat er in mijn hoofd omging. Daarvoor ging het alleen maar over eten. Ik heb lang gedacht dat ik beter niets kon delen omdat mensen zich dan alleen maar zorgen over mij zouden maken. Nu ben ik er wel achter dat als ik opener ben over wat er in me omgaat, dat mensen zich dan juist minder zorgen maken en me ook beter kunnen steunen.”

Voor Shannon blijft het lastig als Laura het over sporten en eten heeft. Laura: “Ze is dan bang dat het bij mij misgaat. Maar we praten hier nu over, we ontwijken het onderwerp niet zoals we vroeger wel deden. Ik verberg het ook niet meer als ik zelf denk: dit is een beetje obsessief. We nemen elkaar mee in elkaars hoofd, bespreken de gekste gedachten met elkaar. Als er iets is, weten we dat alle emoties er mogen zijn.”

 Shannon houdt een blog bij en schreef een boek over haar eetstoornis: 'Mijn eetstoornis en ik'