Het verhaal van Anton

Anton had voor zijn pubertijd eigenlijk nooit hoogtevrees. Toen hij ruim 15 jaar geleden een tochtje maakte in een zweefvliegtuig kreeg hij zijn eerste paniekaanval. Sindsdien ontwikkelde hij een hoogtefobie. Inmiddels heeft Anton zijn hoogtefobie een plek gegeven in zijn leven. Zo gaat hij – ook voor zijn werk – niet naar plekken die hoger liggen dan rond de tiende verdieping van een gebouw. Hij is hier heel open over en op zijn werk en in zijn privésituatie is er begrip voor.

“Toen ik de eerste keer een paniekaanval kreeg, deed ik alsof ik nergens last van had. ‘Flinke ervaring hé’, zei ik tegen mijn collega’s toen het zweefvliegtuig weer geland was. Zij vonden het juist een leuke ervaring. Onderweg naar huis dacht ik nog ‘Ik hoop niet dat dit blijvende gevolgen heeft.’ Ik vertelde mijn ouders destijds over mijn paniekaanval en zocht hulp bij de huisarts, maar die wisten ook niet zo goed wat er aan de hand was. Ik liet het voor wat het was en hield het voor mezelf. Totdat ik na een stressvol jaar en een nieuwe baan in het vooruitzicht opnieuw paniekaanvallen kreeg. Deze keer in het vliegtuig op weg naar- en tijdens mijn vakantie. Ik zocht hulp bij een psycholoog en er werd een hoogtefobie vastgesteld.”

'Er zijn altijd mensen die zelf ook 'zoiets' hebben of iemand kennen'

“Vanaf dat moment heb ik wél actief over mijn hoogtefobie verteld; er moesten oplossingen komen. Zo wilde ik graag een laptop op mijn werk, zodat ik op de begane grond kon werken indien nodig. Op mijn werk vertelde ik het als eerste aan mijn leidinggevende en de collega’s die dichtbij me stonden en zo druppelde het langzaam door de organisatie. Ook voor mijn vrienden kon ik mijn angsten niet meer geheimhouden. Als ze voorstelden om met een auto de bergen in te gaan, wilde ik kunnen uitleggen waarom ik niet meeging. Het valt me op dat aan wie ik het ook vertel, er altijd wel mensen zijn die zelf ook ‘zoiets’ hebben of iemand kennen. Dat soort begrip is erg fijn.”

Tips van Anton

Als je zelf een angststoornis hebt:

Vergelijk het met het kenbaar maken dat je zwanger bent: dat vertel je ook niet aan iedereen bij de bushalte of even snel tussendoor. Je kiest een rustiger moment als er echt geluisterd kan worden.

Hoe eerder je professionele hulp zoekt, hoe beter. Als je niet meer kunt werken, ben je eigenlijk al te laat.

Als je iemand kent met een angststoornis:

Vraag op een rustig moment gewoon eens ‘Hoe gaat het met je?’ Als je merkt dat iemand er niet over wil praten, is dat ook oké. Laat diegene dan.

Geef de ‘patiënt’ niet het gevoel dat hij of zij zielig is en jij het beter weet. Goedbedoelde tips zijn zeer welkom, maar realiseer je dat een fobie niet te vergelijken is met je eigen angstkriebels.

Benieuwd hoe je een angststoornis bespreekbaar maakt? Bekijk hier alle tips.

'Toen ik daar niet meer kon slapen, ben ik verhuisd naar de begane grond'

“Op mijn werk wordt rekening gehouden met mijn hoogtefobie. Als ik een vergadering heb op een hogere verdieping dan de tiende, wordt de vergadering naar beneden verplaatst. Zelfs in de internationale omgeving waarin ik werk – met een bepaalde cultuur en hiërarchie - is er respect voor mijn angsten. Dat vind ik heel bijzonder.”

“Mijn angsten beperken me wel. Ik woonde op de 10e verdieping, maar toen ik daar niet meer kon slapen, ben ik verhuisd naar de begane grond. Functies op een hoge verdieping zijn voor mij ook niet meer toereikend. Vliegen mijd ik nog steeds. Dat vind ik jammer. Mijn vrouw is Iraanse en ik zou het leuk vinden om eens met haar naar Iran te gaan. Maar mijn hoogtefobie is er nou eenmaal en ik weet dat het slechts een klein deel van mij is.”

Illustratie van een geborduurde spreekwolk met het woord 'Acrofoob' erin

Anton's acrofobie

Bijna iedereen vindt het spannend om vanaf een hoge plek naar beneden te kijken. Bij mensen met acrofobie, hoogtevrees, is die spanning heel intens. Zij beginnen bijvoorbeeld te zweten, te trillen of ze krijgen last van hartkloppingen.